Ons gebouw

ONS GEBOUW

Uit “Van Gasthuis tot Culturele Site” nemen we de volgende passage over die de geschiedenis weergeeft van het gebouw waarin wij werkzaam zijn.

 

“De ouder wordende bevolking, de daling van het kinderaantal, de pendelarbeid en

de buitenhuisarbeid van jonge vrouwen maakten de opvang van meer bejaarden

noodzakelijk. Zowel validen als invaliden en Iangdurig bedlegerigen hadden aangepaste ruimten nodig. In het Iicht van deze evolutie besloot de Commissie van Openbare Onderstand van Aarschot op 22 december 1971 tot de oprichting van een

V-dienst, met een capaciteit van 60 bedden.

Als norm voor opname gold dat de dienst "V" alleen bestemd was voor zieken, aan-

getast door een aandoening met Iangdurig karakter, op voorwaarde dat deze zieken voordien iedere actieve behandeling hadden ondergaan en dat de gezondheidstoestand van de patiënten nog steeds hospitaIisatie vereiste. De opnameperiode was in principe van beperkte duur.

 

In augustus 1973 kreeg de COO de principiële toelating zodat zij een architect kon

aanduiden. Het zou de ondertussen gekende Karel Van Riel worden.

Bij het indienen van de ontwerpen in juni 1974 bleek dat zij niet voldeden aan de

voorwaarden van het Bijzonder Plan van Aanleg dat werd goedgekeurd bij Konink-

Iijk Besluit van 18 december 1970. Hierin werd gestipuleerd dat er maar twee bouw-

Iagen boven het gelijkvloers mochten zijn en dat de bouwhoogte maximum 8.50 meter mocht bedragen Daarom werd een afwijking aangevraagd en verkregen met betrekking tot de bouwhoogte nl.9,79 meter kroonlijsthoogte.

Op 7 0ktober 1976 werd de bouwvergunning verleend. De eerste steenlegging ge-

beurde al de week voordien op 30 september door minister Gaston Geens, terwijl het

lazaret nog moest afgebroken worden. Deze afbraakwerken waren stilgelegd omdat

de aanwezige hoogspanningscabine niet was weggenomen.

Begin maart 1977 werd de bouwlijn uitgezet en kon men starten met de nieuwbouw. Deze Iag dertien meter dieper achter de rooilijn dan voorheen. Op 5 september 1980 konden de eerste patiënten opgenomen worden.

Voor de werking van het ziekenhuis werden in totaal een zestigtal personen aangeworven. De Ieiding was in handen van Robert Nyssen, secretaris van het OCMW en van hoofdgeneesheer Maurice Bauwens. Zij stonden onder toezicht van een ziekenhuiscomité afgevaardigd door de raad van het OCMW, voorheen de COO.

Het OCMW-Ziekenhuis.

 

 

Uitzicht en gebruikte materialen waren dezelfde als bij de kraamkliniek.

Het gebouw is onderkelderd en bestaat uit drie niveaus met uitzondering van het ingangsgebouw dat verhoogd werd voor de Iiftschachten. Oorspronkelijk bevatte het gelijkvloers het onthaal, de administratieve diensten, de ergotherapie, het dokterskabinet en een centrale keuken. De verdiepingen waren identiek aan elkaar en waren ingericht als verzorgingseenheid met twee isolatiecellen, een ontspanningszaal, een refter, een therapielokaal en een zonneterras aan de zijkant van het gebouw.

Per verdieping waren er zes vierpersoonskamers en zes eenpersoonskamers. In de centrale keuken werden de maaltijden bereid voor de V-dienst, het Sint-EIisabeth Verpleegtehuis, de Onze-Lieve-Vrouw-materniteit en de dienst thuisbezorging van warme maaltijden.

Links naast het hoofdgebouw werd een nieuw mortuarium ingericht. Hiervoor moesten verbouwingswerken uitgevoerd worden in de vroegere gasthuisschuur. Zo

kwam er een verbinding tussen de twee gebouwen zodat men van het ziekenhuis

gemakkelijk naar de kamer kon waar de Iijken bewaard werden. De dakkapel werd

hiervoor afgebroken. Er waren twee maal vijf cellen aanwezig.

Links ervan was de wachtplaats met aansluitend de rouwkapel. Rechts bevond zich

de kistingskamer en een werklokaaltje.

De hoofdingang bevond zich aan de andere zijde van het gebouw, het huidige pad

naar het Aleydistheater. Het Iage hekje vooraan verdween en de ijzeren poort, die in 1966 werd verplaatst, verschoof nog wat verder naar achter.

 

Op 28 februari 1994 sloot de V-dienst en werd de dag daarop omgevormd tot een

Sp- en RVT-dienst. Sp is een dienst voor palliatievenzorg, bestemd voor patiënten

met een ongeneeslijke ziekte in een terminale fase. Hij Iegt zich specifiek toe op activiteiten als symptoomcontrole, psychologische begeleiding, rouwvoorbereiding en

-begeleiding. De dienst had 27 bedden op de tweede verdieping. Op de eerste verdieping kwamen 33 RVT-bedden evenwaardig aan die in de voormalige materniteit RVT1.

Op 13 september 1999 sloten ook deze diensten de deuren. Het gebouw werd eigendom van de stad Aarschot. Zij wilde hier de Stedelijke Bibliotheek huisvesten”.

 

Openbare bibliotheek, voorheen OCMW-ziekenhuis.

 

 

(Extract uit: D.VANLOMMEL. Van Gasthuis tot Culturele Site. Aarschot, 2008).

Aan dit werk werd de medewerking verleend van WAGDI (Werkgroep Aarschotse Geschiedenis, Documentatie en Informatie).